Das Wohlpreparierte Klavier I (2009)

→to english page

De titel van deze verzameling korte pianostukken refereert naar twee ijkpunten in de klavierliteratuur die van een haast tegengesteld instrumentaal concept uitgaan. In ‘Das Wohltemperierte Klavier’ van Johannes Sebastian Bach wordt uitgegaan van een ‘welgetemperde’ stemming die toelaat om op hetzelfde instrument muziek te spelen in alle vierentwintig toonaarden. Hoewel het hier nog niet ging om een zogenaamde ‘gelijkzwevende’ stemming, werd daarmee een tendens ingezet naar een neutrale benadering van het muzikale toongebied. Melodieën en intervallen werden transponeerbaar met behoud van hun toonkarakter, maar de keerzijde van die nieuwe bewegingsvrijheid was het verlies van de typische toonkleur van toonaarden. Het opkomende intervaldenken was eind negentiende eeuw medeverantwoordelijk voor een verlies aan ‘tonale zwaartekracht’, voor een uitholling van het hiërarchische tonaal-cadentiële denken.

In muzikale zin kende deze ontwikkeling haar voltooiing in de totale democratie van het dodecafonische systeem van Arnold Schönberg: vanaf nu was geen enkele toon nog de belangrijkste. Iets later kwam John Cage op de proppen met zijn ‘prepared piano’. Hoewel in ideologisch opzicht het democratische principe ook een cruciale rol speelt in Cage’s muziek, komt het effect van zijn preparaties neer op een totale doorkruising van het ‘neutrale’ klavierideaal: naargelang de preparatie kreeg elke toets een volkomen unieke, nauwelijks transponeerbare klankidentiteit. Een getransponeerde melodie op een geprepareerde piano is alleen nog in ritmisch opzicht herkenbaar als dezelfde melodie.

Door middel van elektronische klanktechnieken worden in ‘Das Wohlpreparierte Klavier’ elementen uit beide benaderingen gecombineerd. Het pianoklavier wordt op een conventionele manier bespeeld, maar in elke studie wordt door middel van microfoons een digitale klankbewerking aan de klankoutput toegevoegd. De studies worden onderverdeeld in reeksen waar steeds één type van klankbewerking centraal staat. Ik verkies daarbij de omschrijving ‘elektronische preparatie’ boven het alom gebezigde ‘live electronics’, omdat de klankbewerkingen de composities hier vooraf gaan : zij zijn geen instrumentale extensie die lokaal, naargelang de muzikale noden kunnen worden gevarieerd of aan – of uitgeschakeld. De elektronische preparatie wordt integendeel opgevat als een obstakel dat de muzikale creativiteit uitdaagt en waaraan ook het pianospel zich moet aanpassen. De verwantschap met het ‘Wohltemperierte Klavier’ van Bach ligt dan in een haast didactische en sportieve benadering: het gebruik van de techniek mag dan wel rudimentair zijn, het effect ervan wordt zo volledig mogelijk in kaart gebracht. 

In de eerste reeks studies (Boek I), staat één van de oudste, maar vandaag ietwat ondergewaardeerde elektronische klanktechniek centraal: de ringmodulatie. In elke studie wordt dezelfde dubbele ringmodulatie toegepast die het klavier transformeert in een zeer ongelijkzwevend instrument. Elke toets krijgt een eigen karakter, zweving of dissonantie, en er ontstaan herkenbare registers. Deze sonore heterogeniteit wordt afgetast in korte studies waarin telkens één soort van beweging voorop staat. Puls, voortdurende microvariatie en snelheid zijn daarbij de meest opvallende ingrediënten.

Frederik Croene, piano

%d bloggers liken dit: