Touw (2002)

voor versterkt pianokwintet

Een muzikale acrobatie voor vijf muzikanten, geschreven in opdracht van Het Collectief. Het is geen klassieke compositie die chronologisch wordt uitgevoerd, maar een open vorm waarbij de gegeven muzikale acties (48 of 60) elk één keer moeten worden gespeeld. Eerder dan een compositie is de partituur een ontwerp van een soort `virtueel mechanisch instrument’. Een instrument met ruimtelijke eigenschappen, gebouwd volgens klassieke vormgevende principes als augmentatio, diminutio, spiegeling en gulden snede.

De muzikanten staan opgesteld in een V, hetzij op het podium, hetzij verspreid over de hele ruimte (met het publiek middenin). Ze kunnen elkaar niet zien en zijn voor de communicatie aangewezen op het gehoor en op een touw dat hun voeten met elkaar verbindt. Microfoons en luidsprekers versterken de posities in de ruimte. Het ruimtelijke klankverloop is gebaseerd op echo en glissando.

De muzikanten vormen de schakels in een muzikale mechaniek die via het touw letterlijk in gang getrokken wordt. Elke muzikant reageert zo snel hij kan op de muzikant die net voor hem in actie komt (de volgorde is voor elke actieketting anders). Door het ontbreken van oogcontact of een doorlopende puls, vergt dit van de muzikanten een uiterste concentratie en een virtuoos reactievermogen. De mechaniek kan dus opgevat worden als een instrument dat via de voeten van de muzikanten moet bespeeld worden.

De actiekettingen kunnen onderverdeeld worden in 4 of 5 registers die elk nog eens kunnen worden onderverdeeld in 2 `speelrichtingen’. Deze registers bestaan telkens uit een specifieke aanzwellende, toonloze voorbereiding (geruis, gekras etc;) en een toonreeks die uitmondt in een triller of een repeterende toon in één of twee instrumenten. Elk register heeft een verschillend startpunt (de linker of rechtervoet van één van de muzikanten), een ander parcours en een ander eindpunt. Per speelrichting zijn er 6 gradaties: van een heel snelle, korte en stille actie tot een lange met een hoge volumepiek. Deze gradaties zijn ook chromatisch geordend, zodat per register de 12 chromatische tonen als eindpunt aan bod komen. Vanuit dit oogpunt kan het virtueel instrument vergeleken worden met een orgel waarvan de mechaniek is vertraagd en hoorbaar gemaakt. Het touw heeft dan de functie van een pedaal of toets, het eindpunt (triller of gerepeteerde toon) die van de geproduceerde toon. Al wat daartussenin zit is mechaniek.

Het materiaal van elke actieketting is voor elke muzikant ongeveer hetzelfde, met die nuance dat het materiaal van de ene naar de andere muzikant wordt doorgegeven in een zo snel mogelijke reactietijd. Tegelijkertijd schuift bij dit doorgeven de toonhoogte een kwarttoon hoger of lager. Het klinkende resultaat van elke actieketting is dan ook een combinatie van echo en glissando. Gezien het snelle reactieritme en de overlappende acties, verliezen de instrumenten hun identiteit en ontstaat een verglijdende, amorfe klankbeweging.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: